De kast

tekstfragment

Dinsdag week 45

Na een onrustige nacht stond ik me iets vroeger dan normaal te scheren in de badkamer toen Syl met wallen onder haar ogen binnenkwam. “Wat was jij aan het woelen, vannacht,” zei ze tegen mij, “en je hebt ook hardop gedroomd. Ik kon er geen touw aan vastknopen. Soms dacht ik dat je tegen iemand zat te praten. Als ik dan reageerde, gaf je mij gewoon antwoord, zo leek het. Alleen begreep ik er niks van.”

Ik schrok. Ik kon Michiel niet uit mijn hoofd krijgen, maar daar had ze hopelijk niets van gemerkt. “Wat vervelend dat ik je wakker heb gehouden. Ik heb er zelf niets van gemerkt. Ik kan me ook niets herinneren. Wat zei ik dan, kun je je nog iets herinneren?” Ik had het er warm van gekregen.

“Een paar woorden heb ik onthouden: stoplicht, blauw jasje, floor, collega. Maar eigenlijk was het gewoon wartaal.”

‘Gelukkig!’   “Ik snap er ook niets van. Ja, dat ‘floor’ dat zou Floor van school kunnen zijn. Floor Lampe – je kent haar wel – ze geeft ook moderne talen en zit in de musicalcommissie. Had ik je niet verteld dat ik haar gisteren gesproken heb?”

“Ja, laat maar,” zei Syl vermoeid, “ik meld me ziek en ga eerst eens goed bijslapen.”

“Ik voel me schuldig, kan ik iets voor je doen? Zal ik thee maken of zoiets?”

“Nee, ik wil even helemaal niets, ik wil rust. Ga jij maar gauw naar school, jij wilde toch snel weg?” zei ze een beetje bits en liep terug naar de slaapkamer.

“Ja, maar als het weer gebeurt, moet je me gewoon wakker maken.” Snel kleedde ik me aan, nuttigde mijn ontbijt, maakte een lunchpakket en vertrok met Queen in mijn oren naar school. Een kwartier eerder dan anders stond ik bij de kruising te wachten. Ik was al overgestoken en wachtte op Michiel. ‘Wat zou hij nu voor kleren aan hebben? Gisteren had hij een donkergroen ribfluwelen jasje aan. Stond ‘m ook goed. Hij zal mijn kleren wel niks vinden. Waar blijft hij nou? Ik wacht hier al twintig minuten. Dadelijk ben ik nog te laat op school. Zou hij balen van de ontmoeting? Wilt hij mij misschien omzeilen?’

Ik kon niet langer meer wachten en fietste gehaast en gedesillusioneerd naar school. Ik baalde van mijzelf. Op school kreeg ik gelukkig voldoende afleiding. In de pauze schoof Floor aan met een kop koffie. Ze had een ingeving gekregen over hoe die tweeling een rol kon krijgen in de musical.

Enthousiast vertelde ze haar idee. Ik was er maar gedeeltelijk bij met mijn gedachten. Ineens zei ze: “Wat ben jij toch veranderlijk: gisteren zo vrolijk en nu kijk je al de hele tijd sip. Ik snap er niets van, is er iets?”

Ik schrok van haar directheid en zocht naar een verklaring. “Ja, ik heb vannacht erg onrustig geslapen: heb liggen woelen. Ik denk dat ik in mijn slaap nog met de musical bezig ben geweest. Ik kan mij er alleen niets meer van herinneren.” Om het nog wat aan te dikken, vervolgde ik: “Syl heb ik vannacht ook al uit haar slaap gehouden.” Toen ineens de zoemer ging, vervolgde ik met een geforceerde glimlach: “Maar ik vind jouw idee voor de musical wel gaaf. Ik ga maar snel in de klas mijn kunstje doen.” Ik stond op en Floor volgde mijn voorbeeld.

Onderweg naar huis had ik een sprankje hoop en zochten mijn ogen bij het kruispunt met het stoplicht de hele omgeving af: helaas, geen spoor van Michiel. Dat wist ik ook eigenlijk wel natuurlijk. Dichter bij huis komend, nam ik me voor om gewoon te doen zodra ik thuis was. Syl was toch al zo gevoelig.

Toen ik de fiets in de schuur zette, zag ik dat die van Syl weg was.
...