Recensie De kast

Integraal overgenomen uit het verenigingsblad DITO van COC Midden-Zeeland van 4 mei 2009

Kas is getrouwd met Syl. Al een jaar lang ziet hij tijdens de fietstocht naar de school waar hij docent is een man waar ‘ie langzaamaan gevoelens voor ontwikkelt. Uiteindelijk ontmoeten ze elkaar (de ander heet Michiel) en er ontstaat een liefdesrelatie. Ondertussen gaat de vrouw van Kas vreemd, al weet ‘ie dat dan nog niet. De ingrediënten voor een boek vol spanning en oprechte twijfel bij een man wiens seksualiteit ter discussie staat liggen te wachten tot er een prachtig product wordt gemaakt. Maar schrijver Olaf van Dornek verliest zichzelf in details die mijns inziens niet zo ter zake doen. Da’s jammer, want Van Dornek heeft een aantal interessante wendingen bij elkaar verzonnen die het verdienen om tot het scherpst van de snede tegen elkaar uitgespeeld te worden.

 

Het boek begint veelbelovend en het einde is spectaculair. Er tussenin wordt beschreven hoe Kas het ervaart om zijn seksuele identiteit te hervinden. “Hoe moet het dan met Syl? Met haar heb ik − lang geleden − ook van die knuffelpartijen gehad maar dit voelt toch anders, beter!” Waar Van Dornek wel in slaagt is een gevoel van medeleven op te wekken voor wat Kas doormaakt. Je wordt gedeeltelijk onderdeel van Kas’ gedachten. “Ja, jij hebt makkelijk praten! Ik zit met mijn relatie met Syl. Ik krijg het allemaal nog niet op ’n rij,” zei ik een beetje triest. “Dat komt omdat jij zoveel bent gaan betekenen voor mij. Soms heb ik het gevoel dat ik struisvogelpolitiek bedrijf: door met jou op te trekken, voel ik die misère met Syl niet.” Van Dornek laat de kans liggen om je als het ware het verhaal in te trekken.

Kas kiest vaak de weg van de minste weerstand door de confrontatie met zijn vrouw Syl uit de weg te gaan. Kas denkt namelijk dat Syl ook een verhouding heeft en hij wil weten hoe het zit, maar vraagt het niet. Dat doet afbreuk aan het verhaal, want als lezer wil ik namelijk óók weten hoe het zit. En wel nu!

 

Er zijn vaak momenten dat het verhaal kan opbloeien door een spannende confrontatie, maar het gebeurt niet. Jammer, want het zou meer gevoel in het boek brengen. Een voorbeeld als Kas met een collega-docent praat: “Terwijl ik naar mijn klas liep, vroeg ik me af of hem op dat feest iets bijzonders was opgevallen. Ik besloot hem maar niet verder uit te horen.” Man, ga de confrontatie nou eens aan; ik wil actie! Iets vergelijkbaars ervaar ik als ik lees over de lichamelijke contacten tussen Kas en Michiel. De tekenen van opwinding worden beschreven (de erecties), maar Kas en Michiel grijpen niet in elkaars broek, omdat ze daar nog even me willen wachten. Prima. Maar zo’n scène komt nog eens terug, en nog eens. “Door mijn oogharen zag ik dat hij nog steeds een flinke bobbel in zijn broek had. Ik kuste mijn wijsvinger en bracht die kus over op zijn harde. ‘Nog even geduld, jochie! ’zei ik geheimzinnig glimlachend. De wijsvinger drukte ik daarna meteen op Michiel’s lippen.” Jeetje, wil je nou seks of niet! Laat het nou eens spetteren.

 

Van Dornek’s schrijfstijl zou ik ‘langzaam’ willen noemen. Dat hoeft natuurlijk niet negatief te zijn. Wie van veel details houdt zit goed in dit boek, maar bij mij wekt het ergernis op, en ik overweeg om stukken over te slaan maar doe dat niet omdat ik bang ben een belangrijke ontwikkeling te missen. Als het verhaal wat compacter geschreven was had het meer kracht gehad. En dat verdient het verhaal, want de twijfel van Kas, de problemen die hij ervaart bij de zoektocht naar zijn seksuele identiteit, en de manier waarop hij en Syl de problemen proberen op te lossen hebben alles in zich om een pracht verhaal te vormen.

 

Remco van Schellen